UNE FOI ENCORETot de Franse Kerk
(Soort document: H. Paus Pius X - Encycliek)
H. Paus Pius X -
6 januari 1907
3 - De Kerk heeft haar bezit niet prijsgegeven maar is er van beroofd
Wat de kerkelijke goederen aangaat, die we, zoals de beschuldiging luidt, zouden hebben prijsgegeven, het is van belang op te merken, dat die goederen voor een deel het erfgoed der armen * waren en het nog geheiligder erfgoed van de overledenen. De Kerk mocht ze dus evenmin prijsgeven als uitleveren; slechts door geweld mocht zij ze zich laten ontroven. Niemand zal trouwens geloven, dat ze wetens en willens, tenzij onder de druk van de meest gebiedende redenen, heeft prijsgegeven wat haar aldus was toevertrouwd en wat haar zo nodig was voor de uitoefening van de eredienst, voor het onderhoud van de kerkelijke gebouwen, voor de vorming van haar clerus en voor het levensonderhoud van haar bedienaren.
Op verraderlijke wijze in een positie gebracht, die haar dwong te kiezen tussen stoffelijke ondergang of de goedkeuring van een aantasten van haar constitutie, die van goddelijke oorsprong is, heeft ze, zelfs ten koste van de armoede, geweigerd het werk van God in haar te laten aantasten. Men heeft haar dus haar goederen ontnomen, ze heeft ze niet prijsgegeven.
Bijgevolg, als men thans verklaart, dat de kerkelijke goederen op een bepaald tijdstip vacant zullen zijn, indien de Kerk op dat tijdstip in haar boezem niet een nieuw orgaan zal gevormd hebben; als men de vorming van dit orgaan onderwerpt aan voorwaarden, die duidelijk in strijd zijn met de goddelijke constitutie der Kerk, zodat ze gedwongen is die te verwerpen; als men vervolgens die goederen aan derden toewijst, alsof het goederen zonder bezitter geworden waren; en als men ten slotte beweert, dat men door deze handelwijze niet de Kerk berooft, doch slechts beschikt over goederen, die ze heeft prijsgegeven, dan is dat niet eenvoudigweg sofisterij, maar dan is dat bij de wreedste beroving ook nog bespotting voegen.
© 1955, Ecclesia Docens 0752 p. 68-81, Uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Vert.: F.A.J. van Nimwegen C.ss.R.