Weliswaar heeft onze Meester een voor ons hart allerkostbaarste troost bij die bittere droefheid gemengd. Ze vindt haar grond in uw onwankelbare gehechtheid aan de Kerk, in uw onwrikbare trouw aan deze Apostolische Stoel en in de krachtige en diepgewortelde eenheid, die onder u heerst.
Van die trouw en die eenheid waren we reeds te voren zeker, want we kennen al te goed de adel en de edelmoedigheid van het Franse hart om te vrezen, dat midden in de strijd onenigheid in uw rijen zou kunnen binnensluipen. Niettemin voelen we er een grenzeloze blijdschap over bij het heerlijk schouwspel, dat ge thans biedt. En terwijl we u daarvoor ten aanzien van de gehele Kerk luidop prijzen, danken we daarvoor uit het diepst van ons hart de Vader van barmhartigheid, de gever van alle goed.