Paus Franciscus - 31 januari 2014
Dierbare broeders en zusters,
Wij ontmoeten elkaar aan het slot van de werkzaamheden van uw voltallige zitting ; ik groet u allen van harte en ik dank Mgr. Müller voor zijn woorden.
De opdrachten van de Congregatie voor de Geloofsleer zijn verbonden met de zending van de opvolger van Petrus om zijn broeders in het geloof te bevestigen. Vgl. Lc. 22, 32 In die zin is uw rol, om “de geloofsleer en de gebruiken in heel de katholieke wereld te bevorderen en te beschermen” H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Constitutie, Over de hervorming van de Romeinse Curie, Pastor Bonus (28 juni 1988), 48 een ware dienst aan het Leergezag van de Paus en aan de hele Kerk. Met dat doel wil het dicasterium ervoor zorgen dat het altijd de geloofscriteria zijn die in de woorden en de praktijk van de Kerk doorslaggevend zijn. Wanneer het geloof in zijn oorspronkelijke eenvoud en zuiverheid schittert, wordt de ervaring van de Kerk ook de plaats waar het leven van God in heel zijn vermogen om te fascineren, tot uiting komt en vrucht draagt. Het geloof in Jezus Christus zet de harten namelijk wijd open voor God, opent het menselijk bestaan voor de waarheid, goedheid en schoonheid die van Hem komen.
Ik zou van deze gelegenheid willen gebruik maken om u ook te danken voor uw inzet bij het onderzoek van delicate problemen die te maken hebben met wat men zwaardere misdrijven noemt, in het bijzonder gevallen van seksueel misbruik van minderjarigen door geestelijken. Denk aan het welzijn van kinderen en jongeren die in hun humane en spirituele groei binnen de christengemeenschap altijd beschermd en gesteund moeten worden. In die zin wordt de mogelijkheid onderzocht om de door mij opgerichte Bijzondere Commissie voor de Bescherming van het Kind aan uw dicasterium te verbinden, en ik zou willen dat zij voorbeeldig is voor iedereen die het welzijn van het kind wil bevorderen.