Synodevaders - 29 oktober 1977
Degene, die catechese geeft, moeten zich ervan bewust zijn, dat hij werkt binnen de Kerk. Dit werk moet gebeuren in volledige gemeenschap met de Kerk. Van het grootste belang is de vorming van catecheten. De vernieuwing van catechetische middelen moet voortgang vinden (voorstel 31).
Catecheten moeten een goede opleiding krijgen in de leer en in de theologie, maar ook in de menswetenschappen en in de pedagogiek. Voor alles echter moeten zij zelf gerijpt zijn in het geloof, omdat men alleen vanuit een echte geloofservaring geloof kan overdragen aan een ander. Het is de bijzondere taak van de bisschoppen zorg te dragen voor de vorming van catecheten (voorstel 32).
Bij de catechese is zeker ook de inbreng nodig van de religieuzen, zowel mannelijke als vrouwelijke. Religieuzen, die bij het onderwijs zijn betrokken moeten ertoe aangespoord worden zich meer in te zetten in de pastorale zorg van de plaatselijke gemeenschap (voorstel 33).
De belangrijkste rol in de catechese van de plaatselijke Kerk heeft de bisschop: deze coördineert alle activiteiten. De bisschop moet persoonlijk zorg dragen voor de catechese, hij moet waken over de inhoud en de methode. Hij moet ervoor zorgen dat er levende geloofsgemeenschappen zijn (voorstel 34).
In een aanhangsel worden bovendien nog thema's aangegeven, die hiermee samenhangen.